Strategisch stikstof bemesten op melkveebedrijven

Uit Triple Performance
Ga naar:navigatie, zoeken

Het document beschrijft een strategische aanpak voor stikstofbemesting op melkveebedrijven, met de nadruk op het gebruik van stikstof (N) waar het het beste tot zijn recht komt. Het proces bestaat uit drie hoofdstappen.

In stap 1 wordt de verdeling van N over grasland en maïsland bepaald, waarbij wordt uitgegaan van de verschillende opbrengstreacties van beide gewassen op stikstof. Op maïsland leveren de eerste kilo's N meer opbrengst op dan op grasland. Voor een bedrijf met 25% snijmaïs en 75% gras op zandgrond wordt het N-behoefte en de verdeling berekend, met een aanbevolen minimale bemesting van 80% van het advies voor snijmaïs om optimale opbrengsten en eiwitproductie te behalen zonder onnodige kosten.

In stap 2 wordt de verdeling van N over verschillende perceeltypes bepaald, rekening houdend met het stikstofleverend vermogen (NLV) van de percelen. Perceel met een hoger NLV (bijvoorbeeld 200) reageren anders op bemesting dan die met een lager NLV (bijvoorbeeld 100). De aanbeveling is om de totale N-gift af te stemmen op het NLV van de percelen om opbrengsten en variatie in kwaliteit te optimaliseren.

In stap 3 wordt de verdeling van stikstof over het groeiseizoen besproken. De voorgeschreven snede-advies wordt aangepast door de totale jaargift te verlagen via twee methoden: het korten van de eerste en tweede snede (hoog) of het evenredig korten van alle sneden. Het advies hangt af van het NLV en het gebruik. Bij lage NLV leidt het gelijkmatig verkorten tot hogere VEM- en ruw-eiwitopbrengsten, terwijl bij hogere NLV de eerste methode beter kan zijn.

Het document bevat ook praktische tabellen en figuren die laten zien hoe de droge stof, VEM en ruw eiwit opbrengsten variëren bij verschillende niveaus van N-bemesting en de verdelingen. Een belangrijke conclusie is dat snijmaïs niet onder 80% van het bemestingsadvies moet worden bemest, omdat dat nauwelijks opbrengst kost en extra ruw eiwit oplevert.

Daarnaast wordt benadrukt dat de verdeling van N op perceelniveau moet aansluiten bij het NLV en dat overbemesting op lange termijn minder effectief wordt door verminderde nawerking. De tabel- en figuurgegevens ondersteunen het maken van geoptimaliseerde bemestingsbesluiten die opbrengst, kwaliteit en kostenoptimalisatie combineren. Contactgegevens en verdere online bronnen voor het berekenen van bemestingsadviezen worden eveneens vermeld.


Strategisch stikstof bemesten op melkveebedrijven (nl)
Aantal pagina's: 2
Doellanden: Nederland

Belangrijkste punten

Bemonstering op maïs en gras moet volgens de respons op stikstof toenemen tot minimaal 80% van het bemestingsadvies.
Voor snijmaïs levert bemesting onder 80% nauwelijks opbrengst en meer ruw eiwit, terwijl dit bij 80% en hoger vrijwel geen extra droge stof kost en wel extra ruw eiwit oplevert.
Verdeling van stikstof op grasland moet rekening houden met NLV-variaties tussen percelen.
Percelen met verschillende NLV’s reageren verschillend op bemesting; het bedrijf wordt geadviseerd de stikstofgift te verdelen op basis van de jaargift volgens bemestingsadvies minus het gemiddelde verschil tussen NLV’s, om optimale opbrengsten en ruw eiwitgehalte te verkrijgen.
Bij grotere NLV-verschillen wordt een gelijke verdeling van 250 kg N/ha niet aanbevolen.
Het gebruik van een gelijke N-gift op NLV100 en NLV200 percelen leidt tot minder droge stof-opbrengst en meer variatie in ruw eiwit, waardoor een gerichte verdeling effectiever is.
Het verlagen van de bemesting in het groeiseizoen kan effect hebben op de opbrengst afhankelijk van het NLV.
Voor lage NLV’s levert het ‘alles korten’ van de sneden meer VEM en ruw eiwit op, terwijl bij hogere NLV’s de strategie ‘sn1+2 hoog’ beter kan zijn, wat invloed heeft op de keuze van de snede- en bemestingsstrategie.
Verdeling over het groeiseizoen en sneden beïnvloedt de opbrengst van grasland.
Twee methoden – snede 1+2 volgens advies plus kortingen op andere sneden versus gelijke kortingen – laten verschillen in drogestof-, VEM- en ruw eiwitopbrengst zien, afhankelijk van gebruik en NLV.
Strategisch stikstofbeheer moet het gebruik van afwijkende N-giften over percelen en tijd consolidere¬ren om maximale opbrengst en eiwitkwaliteit te bereiken.
Het is essentieel om de variaties in NLV en groeiseizoen optimaal te benutten door een flexibele verdeling van de stikstofgift te hanteren, vooral op zand en löss grondsoorten.

Bronnen